VANSCHAGEN architecten is per 9 januari 2014 verhuisd naar de Zomerhofstraat en neemt de uitdaging aan om mee te werken aan de upgrading van het kantoorgebouw gelegen aan de Zomerhofstraat en het omliggende Zomerhofkwartier.
De format om werk en/ of denkkracht in te zetten in ruil voor gunstige huisvesting is een van de dragers van de start van de rehabilitatie van het Zomerhofkwartier. We staan aan de vooravond van iets waarvan niemand het uiteindelijke resultaat kent, hooguit wellicht iets ziet gloren. De grote vraag is uiteraard wat dat wel is en nog belangrijker voor hoelang? Is het voor de komende tien jaar, waar nu op wordt ingezet of is het denkbaar een duurzame buurt voor langere tijd te ontwikkelen?
Zomerhofkwartier staat synoniem voor een kansrijke buurt met dito casco’s, vanwege de veelzijdigheid, de rauwe typologie van een bedrijventerrein, maar ook vanuit de historisch perceptie in de vorm van de hofbogen en de 19e eeuwse woonbebouwing als relict van de brandgrens, de centrale ligging ten opzichte van de stad, maar toch verborgen en vanwege de ruimte in velerlei opzicht.
De cruciale vraag daarbij is in hoeverre een diversiteit aan ondernemende creatieve bedrijven aangevuld met wonen naast elkaar kan werken en leven zonder elkaar tot last te zijn en zonder de genoemde kwaliteiten uit het oog te verliezen, maar juist te versterken.
Het nieuwe adres:
VANSCHAGEN Architecten
Zomerhofstraat 86
3032 CM Rotterdam
010 4 13 65 98
info@vanschagenarchitecten.nl
Begin september 2013 is de aannemer gestart met de cascorenovatie van de portiekflat aan de Klarenstraat in Amsterdam-Slotervaart. Het is de start van een uniek project waarin individuele kopers zich verenigd hebben om gezamenlijk het gebouw van De Alliantie te kopen en te gaan transformeren tot een uniek gebouw in de Staalmanpleinbuurt. Vanschagen architecten heeft vooral de (on)mogelijkheden van het casco onderzocht en vanaf de initiatieffase de eigenaren in de projectontwikkeling begeleid en het ontwerp- en tekenwerk uitgevoerd. Het gebouw uit 1956 naar ontwerp van Groosman bestond oorspronkelijk uit veertig identieke portieketageflats van ca. 70m2. Na de transformatie is er vrijwel geen woning meer hetzelfde en variëren de achtentwintig woningen in oppervlakte van 70 tot 190 m2. Het casco (gevel, collectieve delen, vloerisolatie en -verwarming en constructieve ingrepen in de woning) is gezamenlijk aanbesteed bij Slokker Almere en wordt in het voorjaar van 2014 opgeleverd. Kopers hebben hierbij hoge duurzaamheidsambities: bijna alle woningen krijgen energielabel A. Na gezamenlijke aanpak van het casco gaan de individuele kopers aan de slag met hun eigen inbouw. Het is het eerste naoorlogse portieketage gebouw in Nederland dat wordt gerenoveerd onder een collectief particulier opdrachgeverschap (cpo). In de NRC van 14-09-13 (verwijzen) wordt dit project zelfs gezien als een eerste stap van de Amsterdamse culturele elite over de ring heen vanwege de combinatie van gunstige ligging en de betaalbare prijzen....
In juli 2013 zijn de eerste woningblokken opgeleverd van de renovatie van ca. 250 woningen in de Tuinstadwijk in Leiden. De renovatie is onderdeel van een grootschalige vernieuwing van de hele wijk, waar ook groot onderhoud en sloop en nieuwbouw onderdeel van maken. De renovatie is een technische, bouwfysische en een architectonische operatie geworden. Het noodzakelijke onderhoud wordt uitgevoerd, zodat in de toekomst de onderhoudsbehoefte sterk wordt verminderd. Zo worden onder andere de bestaande houten en aluminium kozijnen vervangen door kunststof kozijnen. In de woningen worden, indien noodzakelijk, de keuken, douche en toilet vernieuwd. Met isolerende beglazing, een nieuwe cv-ketel en een geïsoleerd dak wordt het wooncomfort verbeterd en de energiebehoefte verminderd. De huurverhoging voor de ingreep wordt gebaseerd op de geprognotiseerde vermindering van de stookkosten. Tenslotte wordt de ingreep gericht op de versterking van de tuinstedelijke kwaliteiten van de wijk; de wijk is sinds kort beschermd stadsgezicht. Dit komt tot uiting in de bijzondere vormgeving van de kozijnen, in de kleurstelling van kozijnen, ander houtwerk en voegwerk, in de vormgeving van de vernieuwde en verkleinde dakkapellen en in het gereinigde en opnieuw gevoegde metselwerk van de gevels en tuinmuurtjes....
De transformatie van de Fenixloodsen is naar jarenlang zoeken eindelijk begonnen! In samenwerking met Stadsontwikkeling, Codarts, Rotjeknor, buro Baas, R&V adviseurs en Vanschagen Architecten is het gelukt een haalbaar plan voor een groot deel van de Fenixloods op Katendrecht te ontwikkelen. Een schoolvoorbeeld hoe van onderaf aan middels gerichte ingrepen aansluitend bij de mogelijkheden van het casco, een nieuw programma ondergebracht kan worden in industrieel erfgoed. Ingrepen die bovendien zodanig zijn ontwikkeld dat die toekomstige ontwikkeling niet in de weg staan. De uitvoering van het nieuwe Circuscentrum Rotterdam is inmiddels in volle gang. Een deel van de vloeren van Fenixloods II wordt verwijderd waardoor er een grote vide ontstaat van 11 meter hoogte! Codarts Circus Arts en Circus Rotjeknor zullen de gebruikers worden van het nieuwe tijdelijke Circuscentrum. Het Circuscentrum zal voor tenminste 5 jaar worden gehuisvest op deze bijzondere en historische plek op Katendrecht. Delen van de Fenixloods zijn immers 100 jaar oud. Het project kan worden gezien als een belangrijke opsteker hoe om te gaan met leegstaand vastgoed in tijden van crisis. Het huisvesten van een internationale HBO opleiding samen met Circus Rotjeknor zorgt voor een nieuwe, extra bruisende impuls aan Rotterdam-Zuid en Katendrecht in het bijzonder. Het programma van het circuscentrum bestaat uit twee grote trainingsruimten, waar ruimte is voor luchtwerkers, trapezen en trampolines. Daarnaast komen er twee grote dansstudio’s en een aantal klaslokalen in het complex. Ook is voorzien in facilitaire ruimtes als kleedruimtes en fitnessruimtes. Zowel Codarts als Rotjeknor krijgen beiden een eigen entree en foyer, waardoor beide onderdelen ook goed los kunnen functioneren. Maar de foyers kunnen ook aan elkaar worden geschakeld. De grote trainingsruimte zal ook geschikt worden gemaakt voor verschillende optredens. Volgens planning zal het nieuwe Circuscentrum begin volgend schooljaar haar deuren openen. Programma: 3000 m2 aan onderwijs- en bijeenkomstfunctie Opdrachtgever: Stadsontwikkeling Rotterdam Gebruikers: Codarts Circus Arts en Circus Rotjenor Constructie: Bouwkundig Adviesbureau Baas B.V. Installaties /bouwfysica: Adviesbureau vander Weele Kostendeskundige: R&V Adviseurs Artist impressions: Vanschagen Architecten Beelden sloop: Joop Reijngoud...
Het Stimuleringsfonds voor Architectuur verleent Vanschagen Architecten subsidie voor een onderzoek naar nieuwe strategieën voor de vastgelopen praktijk van stedelijke vernieuwing. Daar speelden gebiedsvisies, masterplannen en nieuwbouwproductie een dominante rol. Er tekent zich een nieuwe praktijk af van geleidelijke vernieuwing vanuit het bestaande. De ontwerp professie krijgt in toenemende mate te maken met onbepaaldheid en flexibiliteit. Welke ontwerpmethoden, ontwerpproductie en planvormen vraagt deze nieuwe praktijk? Vormen ‘natuurlijke wijkvernieuwing’ of ‘het stedelijk project’ vitale alternatieven? Welke rol speelt ontwerp en ontwerper in de nieuwe vernieuwing? Dat is waarnaar we in dit onderzoek op zoek gaan, mede kijkend naar buitenlandse voorbeelden. Contact: Arjan Gooijer...
CPO (Collectief Particulier opdrachtgeverschap) in een jaren 60 portiekflat! De werving van kopers/klussers is inmiddels gestart. Het complex heeft een mooie structuur om allerhande woningen te herbergen: brede beukmaten, ruime plafondhoogte, sparingen in wanden en vloeren zijn relatief eenvoudig. De flats van 74 m2 kunnen dus gemakkelijk worden samengevoegd tot grote, ruimtelijke woningen met balkons, dakterras of tuin. Vanschagen Architecten is coördinerend architect. Urbannerdam tekent voor de proceskant van kopersbegeleiding....
Donderdag 9 december werden de jaarlijkse bouwprijzen van de gemeente Amsterdam uitgereikt. Ons project Dudokhaken ontving de Geurt Brinkgreve Bokaal, de prijs voor het beste initiatief op het gebied van herontwikkeling en renovatie. We ontvingen de bokaal van wethouder Carolien Gehrels. De jury bestond uit Rudy Stroink (juryvoorzitter), Tjeerd Herrema en Hans van Heeswijk. Een citaat uit het juryrapport: 'De Westelijke Tuinsteden zijn volop in beweging, grote veranderingen en ingrepen vinden plaats, met forse nieuwbouw. (.) Dit bedreigt het unieke karakter van de tuinwijken, met zijn weidse en parkachtige opzet. De Dudokhaken zijn hierop een antwoord. Gebruikmakend van de kwaliteiten van de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur die, sterker nog, zorgvuldig wordt bewaard, heeft zeer betaalbare woningen van degelijke kwaliteit opgeleverd. Het cadeautje is de bestaande binnentuin met statige bomen. Daaraan zijn zeer uitzonderlijke nieuwe toevoegingen gedaan, zoals een stalen afsluiting met bladermotief. De kwaliteit van de oorspronkelijke architectuur van Dudok gaat gepaard met zorgvuldige ingrepen die een stootje kunnen hebben. Je weet als je er rond loopt, dit blijft nog lang goed (.)’ Opdrachtgever: Stadgenoot, Amsterdam Ontwikkeling: Delta Forte, Amsterdam Uitvoering: Van Ieperen Groep, IJsselstein...
Bart Goldhoorn, curator van de Moskouse architectuurbiënnale 2010 en inspirator en organisator van twee Moskouse architectuur tijdschriften, had Vanschagen Architecten uitgenodigd om haar werkwijze te presenteren in beeld en in de vorm van een inleiding. Wij wilden onze werkwijze en projecten presenteren tijdens de biënnale omdat wij menen een sterk verhaal te hebben die we graag willen delen met (Russische) collega’s om hen te inspireren maar ook vooral te laten zien dat er oplossingen binnen handbereik zijn met respect voor het bestaande. Met name de Bijlmer projecten en Complex 50 in Osdorp zijn referenties, die goed aansluiten op het schaalniveau en problematiek op het gebied van stedenbouw, architectuur en volkshuisvesting, waarmee men in Rusland mee worstelt. Van 26 mei tot 8 juni vond voor de tweede keer de Moscow Biennale Architecture plaats; het thema was de ‘modernizing modernism’, ofwel de modernisering van de naoorlogse stad. De vier Nederlandse deelnemingen aan deze biënnale waren opmerkelijk eensgezind in hun pleidooi voor zorgvuldigheid in de omgang met de bestaande stad. Het masterplan voor de stad Perm (Rusland) dat onder leiding van KCAP is ontwikkeld was één van de centrale onderdelen van de tentoonstelling. Het masterplan is niet zozeer een juridisch document, maar heeft veel meer een strategisch karakter. “A Strategic Masterplan is not a fixed design that is drawn up and consequently put into built form. On the contrary, it is a transformation concept that outlines future development of the city with the status quo as point of departure. Contrary to a GenPlan or a Zoning Plan, the Strategic Masterplan is not a juridical document or a set of fixed laws. The Strategic Masterplan is meant to be a political agreement that is accepted by the City Council and the most important stakeholders of the city. Thus the Strategic Masterplan is more a set of guidelines than a legislative document”, zegt Markus Appenzeller, directeur internationale projecten van KCAP. Cruciaal in het masterplan is de keuze om nieuw programma te benutten voor versterking van de bestaande stad in plaats van een sprong over de rivier de Kama te maken. Dat laatste zou in de opvatting van KCAP alleen maar tot verwatering van de bestaande stad leiden. De Nijl architecten presenteerde zijn plannen voor vernieuwing van de naoorlogse Amsterdamse en Rotterdamse stad. De Westelijke Tuinsteden van Amsterdam zijn ontwikkeld vanuit een opvatting over de vorm van de totale stad (AUP), terwijl de Zuidelijke Tuinsteden juist zijn ontstaan vanuit een idee over de samenstelling van de kleinste eenheid van de stad, de zogenaamde wooneenheid of stempel. De vernieuwingsvoorstellen van De Nijl architecten van deze stadsdelen voeren terug op deze verschillen en dus op het eigen karakter van daarvan. Voor Pendrecht-Zuid heeft De Nijl architecten een nieuw stempel ontwikkeld (met meer eengezinswoningen) dat beter voldoet aan de huidige en toekomstige woningvraag. In Osdorp heeft De Nijl architekten juist het framework van groen, water en wegen aangepast en versterkt en daar de bebouwingsvoorstellen aan gekoppeld. Vanschagen Architecten heeft de vele mogelijkheden van de bestaande bebouwing laten zien. In verschillende projecten is aangetoond dat het programma grondig gemoderniseerd kan worden door samenvoegen van woningen, door het toevoegen van liften, het maken van directe entrees vanaf de straat, door het toevoegen van galerijen, door het maken van woningen op het dak van de bestaande gebouwen, door het verwijderen van galerijen. Deze ingrepen hebben niet tot een metamorfose van het beeld geleid, maar zijn juist op een zorgvuldige manier ingepast in de bestaande architectuur tot een symbiose van bestaand en nieuw. Vanschagen Architecten is er van overtuigd dat alleen een brede benadering van de opgave door de architect tot een dergelijk resultaat kan leiden. Zij heeft dat dan ook inmiddels tot de ‘methode Vanschagen’ gedoopt. Tenslotte presenteerde het INTI, het International New Towns Institute gevestigd in Almere, de start van haar onderzoek naar de vernieuwingsmogelijkheden van woongebieden. Zij deed dit ondermeer in de vorm van een film onder de title ‘Mikrorayon Tomorrow’, gemaakt in samenwerking met het Nederlands-Russische architectenbureau SVESMI. De film spreekt de eigenaar-bewoners van de hoogbouwflats aan op zijn eigenbelang en de mogelijkheden om inkomsten in zijn eigen gebied te genereren in de vorm van aanvullende nieuwbouw. Dit valt samen met het streven naar verdichting van de bestaande stad om draagvlak voor voorzieningen te vergroten en te voorkomen dat de stad groengebieden blijft verorberen. Nadat het afgelopen decennium geen aanpak ingrijpend genoeg leek te zijn voor de naoorlogse stad in Nederland, lijkt nu in rap tempo de opvatting post te vatten dat een meer respectvolle aanpak meer op zijn plaats is. Zo’n aanpak kan goedkoper zijn doordat veel minder veranderd hoeft te worden, kan veel duurzamer zijn omdat veel meer materiaal langer wordt gebruikt of wordt hergebruikt, is sociaal wenselijker omdat bestaande netwerken minder worden aangetast en is cultuurhistorisch interessanter omdat delen uit onze stedenbouwgeschiedenis niet worden weggestreept, maar worden doorontwikkeld. Of deze verandering nu onder druk van de veranderende economische omstandigheden plaats vindt of niet, is misschien niet eens zo’n interessante vraag. Veel belangrijker is het feit van de omslag zelf. Dit betekent voor architecten en zijn opdrachtgevers een verandering in de manier van werken: meer samenwerking en minder egotripperij, meer analyse en minder architectonische krachtpatserij, meer de wijken in en al werkend ontwikkelen en minder top down blauwdrukplanning. Rusland is een continent met een totaal ander politieke achtergrond en geschiedenis dan de onze. Maar lijkt op dit moment in een zelfde soort doctrine gevangen als wij tot voor de crisis mochten ervaren in Nederland: slopen van alles wat naar modernisme riekt en overnieuw beginnen. Een van de mogelijkheden een vervolg aan deze reis te geven is in de vorm van een artikel in bijvoorbeeld de Architect. Een bijdrage zou de titel kunnen krijgen: zorgvuldige stedelijke vernieuwing: nieuw Nederlands exportproduct? Dit wellicht na de aandacht voor de Nederlandse icoon-architectuur in het voorbije decennium....